Robert Fergusson

Edinburgh is een stad met een rijke literaire geschiedenis. Het is de geboorteplaats van grootheden zoals Sir Walter Scott (Rob Roy), Robert Louis Stevenson (Dr. Jekyll & Mr. Hyde) en Arthur Conan Doyle (Sherlock Holmes), maar recenter ook van Irvine Welsh (Trainspotting). De schrijver die het nauwst met de stad verbonden is, zal echter voor velen een onbekende naam zijn: Robert Fergusson.

Robert Fergusson (1750 - 1774) werd geboren in Cap and Feather Close; een straat die nog tijdens zijn leven werd weggevaagd om plaats te maken voor North Bridge en vernoemd naar de Cap and Feather Tavern aan het begin van de straat. Hij deed het goed op school en studeerde enkele jaren aan de universiteit van St Andrew's. Hij maakte deze studie echter niet af; in 1768 keerde hij terug naar zijn geboortestad om voor zijn moeder te zorgen na het overlijden van zijn vader. Net als zijn vader verdiende hij zijn geld als kopiist, maar in zijn vrije tijd raakte hij al snel betrokken bij het tumultueuze sociale leven in het snel veranderende Edinburgh.

Zo werd hij lid van de beruchte Cape Club, een besloten gezelschap dat iedere avond bijeenkwam voor gezelschap en om "keet te schoppen". Deze club rekende behalve Robert Fergusson ook grote namen als de schilders Runciman en Raeburn tot haar leden, alsmede de notoire Deacon William Brodie! Aan de 'ridders' van deze club droeg hij zijn gedicht Auld Reikie op, hetgeen tegenwoordig als zijn meest belangrijke werk wordt gezien. Auld Reikie beschrijft het leven in de Old Town zoals het was op haar hoogtepunt, vol bedrijvigheid en potentie. Dit is het Edinburgh van George Drummond, de man die zo bepalend is gebleken voor hoe we de stad vandaag de dag ervaren, ook al heeft hij destijds veel weerstand ervaren.

Fergusson schrijft over de stad en haar inwoners, arm en rijk, zonder neer te kijken op wie dan ook. Hij schrijft over de kerkklok en over de straatstenen; over de feestelijke jaarmarkt en Hogmanay; over oesters en haggis en whisky en haverkoeken. Hij schrijft over Schotland en de Schotten in het Schots.

Lang mocht het echter niet duren. In 1773 ging het al niet goed met hem: hij dronk te veel en verloor zijn baan. Mogelijk leed hij aan syfilis, al is dat niet bewezen. Hij raakte depressief, trok zich terug in zijn kamer en las daar obsessief de bijbel. Destijds noemde men dat religieuze melancholie. Later raakte hij gewond aan zijn hoofd, mogelijk nadat hij het bij een val van de trap gestoten had, waarna hij steeds labieler en gewelddadiger werd. Tegen het einde van 1774 werd hij onvrijwillig opgenomen in Bedlam (het 'gekkenhuis'), waar hij enkele weken later op 24-jarige leeftijd overleed. Hij werd anoniem begraven in een armengraf in de Canongate Kirkyard.

Toch is het mogelijk zijn graf te bezoeken. Hij was ondanks zijn korte carrière namelijk van grote invloed op Robert Burns, die hem beschreef als zijn oudere broer in de muse. Burns liet 13 jaar na Fergusson's dood een grafsteen plaatsen, waarop hij zijn voorbeeld eert met de titel Scotia's Poet en het volgende vers:

No sculptur'd marble here, nor pompus lay, / No story'd urn nor animated bust; / This simple stone directs pale Scotia's way / To pour her sorrows o'er her poet's dust.

Robert Burns is de bekendste Schotse dichter en zijn geboortedag wordt ieder jaar gevierd op 25 januari. Een artikel over hem zal later deze week dit drieluik afronden.

Afbeeldingen:

  • Portret (Alexander Runciman, 1772)
  • Standbeeld (David Annand, 2004) Image Credit: Stefan Schäfer
  • Graf Image Credit: Kim Traynor

Next Post Previous Post